Getuigen over de stedelijke ruimte


Het Getuigenissenproject concentreert zich vandaag op verschillende fronten tegelijk. Enerzijds zijn vrijwilligers druk bezig met het transcriberen van Getuigenverklaringen uit het Brugse Vrije en de stad Antwerpen. Anderzijds wordt achter de schermen druk gewerkt aan het klaarstomen van nieuwe verzamelingen getuigenverklaringen, die ook op andere en nieuwe manieren met behulp van burgerwetenschappers ontsloten zullen worden. Meer daarover later.


Intussen zijn we ook bezig met het analyseren van resultaten op basis van de eerste verzameling getuigenverklaringen die in 2019-20 gedigitaliseerd werden. Het gaat om zo’n 3.200 teksten uit Brugge, die overigens vrij doorzoekbaar zijn op onze website. Heel wat onderzoeksprojecten maken gebruik van deze gegevens. Het gaat om onderzoeken van diverse aard. Historische taalkundigen onderzoeken bijvoorbeeld veranderingen in de standaardisering van het Zuid-Nederlands, terwijl economisch historici zich richten op de beroepsactiviteiten die vermeld werden, en cultuurhistorici met veel belangstelling het drink- en spel-gedrag in de Brugse herbergen bestuderen.


Recent legden we ons binnen de onderzoeksgroep echter ook steeds meer toe op vragen die te maken hebben met de stedelijke ruimte. Hoe werd de openbare ruimte in de stad gebruikt, en hoe veranderde dit doorheen de tijd? Welke straten waren drukbezocht, welke buurten waren te mijden? En maaken verschillende stedelijke groepen op een andere manier gebruik van die stedelijke ruimte? Er bestaat heel wat discussie over het ontstaan van arbeidersbuurten in de 19de eeuw, en hoe dit de sociale interactie tussen verschillende sociale groepen mogelijk verminderde. Andere debatten gaan bijvoorbeeld over de maatschappelijke positie van de vrouw, en of vrouwen steeds meer binnenshuis bleven of zich nog steeds vrij in de publieke ruimte konden begeven.


Kaart 1. Sociale topografie van Brugge in 1748 (Wouter Ryckbosch & Heidi Deneweth)

Door in de getuigenverklaringen op zoek te gaan naar concrete locaties in de Brugse binnenstad kunnen we nagaan waar getuigen zich bevonden op het tijdstip waarover de getuigenis handelt. Door de getuigen ook op te sporen in andere archiefbronnen, zoals de volkstellingen van 1748 of 1800, kunnen we bovendien meer te weten komen over de gezinssamenstelling, woonplaats en sociale positie van de getuigen zelf. Door die combinatie aan bronnen krijgen we een rijker beeld op de soms schaarse inlichtingen die de getuigenverklaringen zelf ons verschaffen. De kaart hierboven toont de sociale verschillen in het Brugge van midden 18de eeuw: de rijkere buurten zijn donkerder gekleurd, de armere buurten zijn lichter. Het vormt de scène waarop de gebeurtenissen, handelingen en personages uit de getuigenissen zich bevonden.

Kaart 2. Vertegenwoordiging van personen in de getuigenverklaringen per huizenblok (Wouter Ryckbosch & Heidi Deneweth)

Deze sociale doorsnede in de Brugse ruimte kunnen we vervolgens vergelijken met de woonplaats van alle mensen die in de getuigenverklaringen met voor- en familienaam vermeld werden. Het gaat hier om mensen die teruggevonden konden worden in de volkstelling van 1748, en waarvan we op die manier de woonplaats in Brugge konden situeren. Gebieden in de stad waar een groter aandeel van de mensen dat er woont voorkomt in de getuigenverklaringen zijn hier donkerder gekleurd, de gebieden met een kleiner aandeel mensen in de getuigenverklaringen zijn lichter.


De mensen die we tegenkomen in de getuigenverklaringen komen niet overwegend uit de armste of de rijkste straten, maar lijken vooral uit de gemiddelde buurten te komen: noch rijk, noch arm. De locaties waar de misdrijven zelf plaatsvonden, zijn dan wel vaker gesitueerd in de duurdere buurten van de stad: het centrum en de bedrijvige toegangswegen erheen (kaart 3 hieronder). Zo lijkt de meerderheid van de activiteiten die vermeld worden in de getuigenverklaringen zich niet in de onmiddellijke woonomgeving af te spelen, maar in de drukkere ontmoetingsplekken van de Brugse binnenstad.

Kaart 3. Densiteit van de locaties die vermeld worden in de getuigenverklaringen (Wouter Ryckbosch & Heidi Deneweth)

Het gaat natuurlijk nog slechts om voorlopige gegevens, die nog veel dieper onderzocht moeten worden om de relatie tussen personen, activiteiten en locaties op een grondiger manier te achterhalen. Maar het potentieel van deze bronverzameling om inzicht te verkrijgen in het dagelijks leven in een stad uit voorbije eeuwen is nu al uitzonderlijk waardevol voor het historisch onderzoek.